Londen, 1888. De stad groeit sneller dan haar wetten, haar verlichting en haar moraal. In Whitechapel, waar armoede en alcohol samenklonteren in smalle straten, verdwijnt het verschil tussen nacht en dreiging. Gaslampen flakkeren. De mist kruipt laag over de straatstenen. En ergens tussen kroegen, slaapzalen en steegjes beweegt een man die nooit bij naam zal worden genoemd.
Wat volgt is geen legende, maar ook geen volledig opgelost dossier. Het is een reeks feiten, vastgepind in politierapporten, krantenarchieven en latere reconstructies. Tien momenten die samen het beeld vormen van Jack the Ripper, de beroemdste schaduw uit de misdaadgeschiedenis.
1. Een herfst waarin angst sneller groeide dan bewijs
Tussen augustus en november 1888 werd Whitechapel het toneel van een reeks moorden die Londen op scherp zette. De term “Herfst van Terreur” ontstond pas later, maar het gevoel was echt. Niet alleen door de daden zelf, maar door hoe ze werden verteld.
Kranten brachten meerdere edities per dag. Details werden aangedikt, geruchten kregen koppen en illustraties maakten het geweld tastbaar. In archieven van de British Library is te zien hoe verslaggeving en verbeelding in elkaar overvloeiden. De moordenaar werd al een icoon voordat iemand wist wie hij was.
2. De eerste vrouw, gevonden in stilte
Op 31 augustus 1888 lag Mary Ann Nichols levenloos in Buck’s Row. Geen getuigen. Geen waarschuwing. Alleen een lichaam met een doorgesneden keel en diepe verwondingen aan de buik.
De politie begreep direct dat dit geen gewone geweldsmisdaad was. Hoewel Whitechapel geweld kende, voelde dit anders. Nichols werd het beginpunt van wat later de canonieke reeks zou worden genoemd.
3. Een verkeerde naam kreeg een gezicht
Terwijl de angst groeide, zocht men houvast. De pers vond die in een bijnaam: “Leather Apron”. Een man met een leren schort zou vrouwen bedreigen en achtervolgen. Het verhaal was snel verteld en gretig overgenomen.
De verdenking viel op een lokale schoenmaker, die later volledig onschuldig bleek. Het incident liet zien hoe snel angst omslaat in beschuldiging. De echte dader bleef ondertussen buiten beeld.
4. Twee moorden, één nacht, geen antwoorden
In de vroege uren van 30 september sloeg de moordenaar twee keer toe. Eerst Elizabeth Stride. Kort daarna Catherine Eddowes. De locaties lagen op loopafstand van elkaar.
Voor Londen was dit het moment waarop het vertrouwen brak. Als één man ongezien twee keer kon doden terwijl de politie massaal patrouilleerde, wat stelde bescherming dan nog voor? De stad voelde zich opgejaagd.
5. Een brief gaf het kwaad een naam
Eind september ontving een persbureau een brief. Hij begon met “Dear Boss” en eindigde met een handtekening die geschiedenis zou schrijven: Jack the Ripper.
De meeste historici zijn het erover eens dat de brief waarschijnlijk niet door de moordenaar is geschreven. Toch werd de naam onlosmakelijk verbonden met de zaak. In dossiers van de National Archives is te zien hoe die ene handtekening het onderzoek voorgoed veranderde. Een naam maakte de dreiging persoonlijk.
6. De deur ging dicht, de gruwel werd groter
Mary Jane Kelly werd niet gevonden in een steeg, maar in haar kamer in Miller’s Court. Binnen. Afgesloten van de wereld. Op 9 november 1888 troffen agenten een plaats delict aan die zelfs naar Victoriaanse maatstaven onvoorstelbaar was.
De dader had tijd gehad. En rust. Haar dood wordt vaak gezien als het einde van de reeks. Daarna werd het stil. Te stil.
7. Het mes was scherp, maar de hand onbekend
Al snel ontstond het beeld van een man met medische kennis. Een chirurg. Een slager. Iemand die wist wat hij deed. Die theorie klinkt logisch, maar houdt slecht stand.
Moderne analyses, onder meer besproken in BBC-documentaires over de zaak, wijzen erop dat de verwondingen ook verklaard kunnen worden door snelheid, duisternis en brute kracht. Geen opleiding nodig. Alleen een mes en vastberadenheid.
8. De verdwenen organen blijven een schaduw
Bij sommige slachtoffers ontbraken organen. Dat gegeven voedde de donkerste theorieën. Verzameld als trofeeën. Meegenomen als bewijs van controle.
Maar de realiteit is minder helder. Autopsies in 1888 waren rommelig, slecht gedocumenteerd en soms tegenstrijdig. Wat precies is verwijderd, en wanneer, blijft onduidelijk. De waarheid verdween samen met het bloed in de goten.
9. Verdachten kwamen, de dader bleef
Door de jaren heen passeerden tientallen namen de revue. Artsen. Slagers. Buitenstaanders. Mannen met geld, mannen zonder stem. Elk had een motief, een mogelijkheid of een duister detail.
Maar geen enkel dossier sluit. Elke verdachte laat vragen open. En elke theorie eindigt in aannames. Jack the Ripper bleef altijd net buiten bereik.
10. Zelfs modern DNA breekt de mist niet
In de eenentwintigste eeuw leek technologie eindelijk uitkomst te bieden. DNA op een sjaal zou wijzen naar een Poolse immigrant die destijds in een inrichting verbleef. De claim werd breed opgepakt, onder andere door het AD.
Maar forensische experts temperden de verwachtingen snel. De herkomst van de sjaal is onzeker, het DNA niet sluitend. Officiële instanties beschouwen de zaak nog altijd als onopgelost.
Jack the Ripper verdween zonder spoor, maar liet iets blijvends achter. Niet een lichaam, niet een naam, maar een leegte. En zolang die leegte bestaat, blijft zijn verhaal zich herschrijven in de mist van Whitechapel.
