Richard Feynman was een van de grootste denkers van de 20e eeuw. Hij won een Nobelprijs, maar liep liever op blote voeten door de gangen van de universiteit terwijl hij op zijn bongo’s speelde.

Zijn brein werkte net even anders dan dat van de rest. Waar anderen verdwaalden in complexe formules, zag hij plaatjes en simpele logica. Hieronder duiken we in het leven van deze man die wetenschap weer leuk maakte.

1. Hij was de “Great Explainer”

Feynman geloofde dat je iets pas echt begrijpt als je het aan een eerstejaarsstudent kunt uitleggen. Als dat niet lukte, lag het volgens hem niet aan de student, maar aan de docent. Deze filosofie leidde tot de beroemde Feynman-techniek, die nog steeds door duizenden studenten wordt gebruikt om complexe stof te tackelen.

2. De man van de diagrammen

Natuurkunde zat vroeger vol met onbegrijpelijke berekeningen. Feynman bedacht een visuele manier om de interacties tussen deeltjes weer te geven: de Feynman-diagrammen. Het zag eruit als simpel gekrabbel, maar het veranderde de manier waarop natuurkundigen naar de wereld kijken voorgoed.

3. Hij weigerde een IQ-test serieus te nemen

Hoewel hij als een genie werd beschouwd, scoorde hij op een IQ-test op de middelbare school “slechts” 125. Dat is zeker hoog, maar niet het astronomische getal dat je bij een Nobelprijswinnaar verwacht. Feynman lachte erom en gebruikte het als bewijs dat nieuwsgierigheid belangrijker is dan een score op een papiertje.

4. De Challenger-ramp en een glas ijswater

In 1986 werd Feynman gevraagd om te onderzoeken waarom de spaceshuttle Challenger was ontploft. Terwijl politici in cirkels praatten, deed hij tijdens een live televisie-uitzending een simpel experiment. Hij doopte een stukje rubber in een glas ijswater en liet zien dat het materiaal broos werd. Dat was de directe oorzaak van de ramp.

5. Hij was een gepassioneerd kunstenaar

Onder het pseudoniem “Ofey” verkocht Feynman schilderijen. Hij wilde bewijzen dat kunst en wetenschap niet gescheiden zijn. Hij ruilde zelfs lessen met een bevriende kunstenaar: Feynman leerde hem natuurkunde, en in ruil daarvoor leerde de kunstenaar hem schilderen.

6. Een Nobelprijs was hem bijna te veel gedoe

Toen hij hoorde dat hij de Nobelprijs voor Natuurkunde had gewonnen, overwoog hij serieus om hem te weigeren. Hij haatte de media-aandacht en alle ceremoniële poespas. Uiteindelijk accepteerde hij hem toch, maar hij bleef er nuchter onder.

7. De ontcijfering van Maya-hiërogliefen

Als Feynman ergens door gefascineerd raakte, beet hij zich er volledig in vast. Tijdens een vakantie in Mexico raakte hij geobsedeerd door de Codex van Dresden. Zonder hulp van experts slaagde hij erin een groot deel van de astronomische berekeningen van de Maya’s te ontcijferen.

8. Hij zag de nanotechnologie al aankomen

In 1959 gaf hij een beroemde lezing getiteld “There’s Plenty of Room at the Bottom”. Hierin voorspelde hij dat we op een dag machines zouden bouwen op de schaal van atomen. Destijds klonk het als sciencefiction, maar vandaag de dag is nanotechnologie een miljardenindustrie.

9. Het Feynman-punt in Pi

Feynman had een nogal apart gevoel voor humor als het op wiskunde aankwam. Hij riep ooit dat hij het getal Pi uit zijn hoofd wilde leren tot het 762e cijfer achter de komma. Waarom? Omdat daar een reeks van zes negens achter elkaar begint: 999999. Zijn plan was om die cijfers op te dreunen en dan af te sluiten met …en ga zo maar door, om te suggereren dat Pi vanaf daar alleen nog maar uit negens bestond.

10. Hij was een professionele kluizenkraker

Tijdens zijn werk aan de atoombom in Los Alamos ontdekte Feynman dat de meeste wetenschappers hun geheime kluizen beveiligden met belachelijk simpele codes, zoals de datum van hun huwelijk. Hij werd er zo handig in om deze te kraken dat hij regelmatig geheime documenten uit kluizen van collega’s pikte, alleen maar om een briefje achter te laten dat de beveiliging niet deugde. Hij dreef de militaire beveiliging ermee tot waanzin.

© 2026 by groei.media kvk: 30256107