De pimpelmees (Cyanistes caeruleus) is een van de meest herkenbare en geliefde tuinvogels in Nederland en grote delen van Europa. Met zijn opvallende blauw-gele verenkleed en levendige gedrag is het een graag geziene gast aan de voedertafel en in nestkasten.

1. Opvallend blauw-geel verenkleed

Het meest kenmerkende aan de pimpelmees is zijn kleurrijke uiterlijk. Hij heeft een helderblauwe ‘pet’, vleugels en staart, een citroengele borst en buik, witte wangen en een smalle zwarte oogstreep en kinvlek.

Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar, al is het blauw van het mannetje vaak iets intenser. Jonge vogels zijn valer van kleur, met een gelige wang in plaats van wit.

2. Acrobatische voedselzoeker

Pimpelmezen zijn zeer behendige en acrobatische vogels, vooral wanneer ze naar voedsel zoeken. Ze hangen vaak ondersteboven aan dunne twijgjes, vetbollen of pindanetjes om bij insecten, zaden of noten te komen.

Hun relatief kleine formaat en lichte gewicht stellen hen in staat om plekken te bereiken waar grotere vogels niet bij kunnen. Ze zijn ook intelligent en leren snel hoe ze bijvoorbeeld melkflessen (vroeger) of verpakkingen moeten openen om bij voedsel te komen.

3. Klein maar dapper

Ondanks zijn kleine formaat (ongeveer 11,5 cm lang) is de pimpelmees een pittige en assertieve vogel. Hij staat erom bekend dat hij zijn territorium en nestplaats fel verdedigt tegen soortgenoten en zelfs tegen grotere vogels zoals de koolmees.

Bij voedertafels kunnen ze soms dominant gedrag vertonen en andere vogels wegjagen.

4. Voorkeur voor nestkasten met kleine invliegopening

Pimpelmezen zijn holenbroeders, wat betekent dat ze hun nest bouwen in bestaande holtes, zoals boomholten, spleten in muren of nestkasten. Ze hebben een duidelijke voorkeur voor nestkasten met een relatief kleine invliegopening (ongeveer 26-28 mm diameter).

Dit helpt om grotere concurrenten, zoals de koolmees, en roofdieren buiten te houden. Ze bekleden het nest met mos, gras, dierenhaar en veren.

5. Grote legsels

nest (2)

Pimpelmezen staan bekend om hun grote legsels. Een vrouwtje kan wel 7 tot 14 (soms zelfs meer) kleine, witachtige eitjes met roodbruine vlekjes leggen. Dit grote aantal eieren is een strategie om ervoor te zorgen dat, zelfs als er veel predatie is of voedsel schaars wordt, er toch enkele jongen overleven.

Het uitbroeden duurt ongeveer twee weken en wordt voornamelijk door het vrouwtje gedaan, terwijl het mannetje haar voedsel brengt. Beide ouders voeren daarna de jongen.

6. Dieet: Insecten en zaden

Het dieet van de pimpelmees varieert met de seizoenen. In het voorjaar en de zomer eten ze voornamelijk insecten, spinnen en larven (vooral rupsen), wat essentieel is voor het voeden van hun jongen.

In de herfst en winter schakelen ze meer over op zaden, noten (vooral beukennootjes), bessen en vet. Ze zijn dan ook frequente bezoekers van voedertafels, waar ze dol zijn op zonnebloempitten, pinda’s en vetbollen.

7. Standvogel met soms zwerfgedrag

Pimpelmezen zijn over het algemeen standvogels, wat betekent dat ze het hele jaar door in hetzelfde gebied blijven en niet wegtrekken in de winter. Ze vormen vaak gemengde groepen met andere mezen (zoals koolmezen en staartmezen) buiten het broedseizoen.

In sommige jaren, vooral na een succesvol broedseizoen en bij voedselschaarste in noordelijke of oostelijke gebieden, kunnen er echter invasies of grotere zwerfbewegingen van pimpelmezen naar West-Europa optreden.

8. Belangrijke rol in het ecosysteem

Als insecteneters spelen pimpelmezen een belangrijke rol bij het in toom houden van insectenpopulaties, waaronder potentieel schadelijke soorten zoals de eikenprocessierups (hoewel ze de brandharen vermijden).

Ze zijn zelf ook een prooi voor roofvogels zoals sperwers en uilen, en voor marterachtigen en katten, waardoor ze een onderdeel zijn van de voedselketen.

9. Communicatie: Zang en roepjes

Pimpelmezen communiceren met een verscheidenheid aan roepjes en een kenmerkende zang. De zang, meestal gehoord vanaf eind winter tot in de zomer, is een helder, hoog trillend riedeltje, vaak omschreven als ’tsie-tsie-tsie-tsirr’.

Ze gebruiken ook verschillende contactroepjes (’tsi-tsi’), alarmroepjes (een scheldend ’tser-r-r-ret’) en bedelroepjes (van de jongen).

De pimpelmees is een levendige en kleurrijke verschijning die veel plezier brengt in tuinen en parken. Zijn acrobatische capriolen, heldere kleuren en herkenbare zang maken hem tot een van de meest gewaardeerde tuinvogels. Door een nestkast op te hangen en in de winter bij te voeren, kun je deze kleine acrobaat helpen en zelf genieten van zijn aanwezigheid.

© 2026 by groei.media kvk: 30256107