Bill Clinton was de 42e president van de Verenigde Staten, dienend van 1993 tot 2001. Zijn presidentschap kenmerkte zich door economische voorspoed, maar ook door politieke strijd en persoonlijke controverses.
1. Geboren als William Jefferson Blythe III

Clinton werd geboren in Hope, Arkansas, drie maanden na de dood van zijn vader, William Jefferson Blythe Jr., bij een auto-ongeluk. Zijn moeder, Virginia Dell Cassidy, hertrouwde later met Roger Clinton Sr.
Bill nam als tiener de achternaam van zijn stiefvader aan. Zijn vroege leven werd getekend door de afwezigheid van zijn biologische vader en de soms tumultueuze relatie met zijn stiefvader, die alcoholist was.
2. Getalenteerd saxofonist
Voordat hij de politiek inging, was Clinton een enthousiast en getalenteerd saxofonist. Als middelbare scholier was hij een uitmuntend muzikant en overwoog hij zelfs een carrière in de muziek.
Zijn optreden op de saxofoon tijdens zijn verkiezingscampagne in 1992, met name zijn vertolking van ‘Heartbreak Hotel’ in The Arsenio Hall Show, droeg bij aan zijn imago als een jonge, dynamische en ‘coole’ kandidaat.
3. Rhodes Scholar aan Oxford
Na zijn studie aan Georgetown University won Clinton een prestigieuze Rhodes Scholarship om te studeren aan University College, Oxford in Engeland. Hij studeerde daar van 1968 tot 1970, hoewel hij zijn studie niet afrondde.
Zijn tijd in Oxford viel samen met de protesten tegen de Vietnamoorlog, een periode die zijn politieke denken mede vormde. Na Oxford studeerde hij rechten aan Yale Law School, waar hij zijn toekomstige vrouw Hillary Rodham ontmoette.
4. Jongste gouverneur (en ex-gouverneur)
Clinton werd in 1978 op 32-jarige leeftijd verkozen tot gouverneur van Arkansas, waarmee hij een van de jongste gouverneurs in de Amerikaanse geschiedenis werd. Zijn eerste termijn was controversieel en hij verloor zijn herverkiezing in 1980, waardoor hij ook een van de jongste *voormalige* gouverneurs werd.
Hij maakte echter een politieke comeback en werd in 1982 opnieuw tot gouverneur gekozen, een positie die hij behield tot zijn verkiezing tot president in 1992. Hij gebruikte zijn gouverneurschap om zich te profileren als een ‘New Democrat’, een meer centristische vleugel binnen de partij.
5. De ‘Comeback Kid’
Tijdens de Democratische voorverkiezingen van 1992 leek Clintons campagne te wankelen na beschuldigingen van een buitenechtelijke affaire (met Gennifer Flowers) en vragen over zijn ontwijking van de dienstplicht tijdens de Vietnamoorlog. Na een sterke tweede plaats in de voorverkiezing van New Hampshire, riep hij zichzelf uit tot de ‘Comeback Kid’.
Deze veerkracht en zijn vermogen om politieke tegenslagen te overwinnen, werden kenmerkend voor zijn carrière.
6. Presidentschap: Economische groei en begrotingsoverschot

Clintons presidentschap viel samen met een periode van langdurige economische groei in de jaren ’90, gekenmerkt door lage werkloosheid, lage inflatie en de opkomst van de interneteconomie. Zijn regering profiteerde van en stimuleerde deze groei.
Een belangrijk beleidsdoel was het terugdringen van het federale begrotingstekort. Door een combinatie van belastingverhogingen en uitgavenbeperkingen slaagde zijn regering erin om in de laatste jaren van zijn presidentschap een begrotingsoverschot te realiseren, voor het eerst sinds decennia.
7. NAFTA en buitenlands beleid
Onder Clinton trad de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) in werking, die handelsbarrières tussen de VS, Canada en Mexico wegnam. Dit was een belangrijk, maar ook controversieel, onderdeel van zijn economische agenda.
Op buitenlands vlak speelde hij een rol bij de vredesbesprekingen in het Midden-Oosten (Oslo-akkoorden), de interventie in de Bosnische Oorlog en de Kosovo-oorlog, en de uitbreiding van de NAVO.
8. Impeachment-procedure
Clintons tweede termijn werd overschaduwd door het Whitewater-onderzoek en de Lewinsky-affaire. Zijn affaire met Witte Huis-stagiaire Monica Lewinsky en zijn aanvankelijke ontkenning daarvan onder ede, leidden tot beschuldigingen van meineed en obstructie van de rechtsgang.
In 1998 stemde het Huis van Afgevaardigden voor zijn impeachment (afzetting). De Senaat sprak hem in 1999 echter vrij, waardoor hij zijn termijn kon afmaken. De affaire beschadigde zijn reputatie, maar zijn populariteitscijfers bleven relatief hoog.
9. Post-presidentschap: Clinton Foundation en wereldwijde initiatieven
Na zijn presidentschap bleef Bill Clinton actief op het wereldtoneel. Hij richtte de Clinton Foundation op, een non-profitorganisatie die zich richt op wereldwijde gezondheid, klimaatverandering, economische ontwikkeling en verbetering van kansen voor meisjes en vrouwen.
Hij trad ook op als speciaal gezant voor de VN, met name na de tsunami in Azië (2004) en de aardbeving in Haïti (2010), en bleef een invloedrijke stem binnen de Democratische Partij, onder meer tijdens de campagnes van zijn vrouw Hillary Clinton.
10. Charismatisch communicator
Een van Clintons grootste politieke talenten was zijn charisma en zijn vermogen om effectief te communiceren met een breed publiek. Hij stond bekend om zijn empathische vermogen (‘I feel your pain’) en zijn gave om complexe beleidskwesties begrijpelijk uit te leggen.
Dit hielp hem om een sterke band op te bouwen met veel kiezers en om politieke stormen te doorstaan.
