Op het eerste gezicht lijkt tijd strak geregeld. Een jaar telt 365 dagen. Punt. Maar onder dat ogenschijnlijk simpele systeem schuilt een fout die zich langzaam opstapelt. Minuten worden uren, uren worden dagen, en zonder correctie zouden seizoenen gaan schuiven. De winter zou langzaam naar de herfst kruipen. De lente naar de zomer. Schrikkeljaren bestaan om die stille chaos tegen te houden.

Wat volgt zijn tien feiten over schrikkeljaren. Geen droge kalenderregels, maar het verhaal van hoe mensen al duizenden jaren proberen de hemel bij te houden.

1. De aarde houdt zich niet aan ronde getallen

Een zonnejaar duurt geen 365 dagen, maar ongeveer 365,2422 dagen. Dat lijkt verwaarloosbaar, maar het verschil van bijna zes uur per jaar tikt door. Zonder correctie zou onze kalender in honderd jaar ruim 24 dagen achterlopen op de seizoenen.

Schrikkeljaren zijn de pleister op die wond. Door af en toe een extra dag toe te voegen, blijft onze kalender in de pas met de baan van de aarde rond de zon.

2. Julius Caesar bracht orde in de tijd

In 45 voor Christus voerde Julius Caesar een radicale kalenderhervorming door. De Romeinse kalender was zo rommelig geworden dat politieke machthebbers maanden konden verlengen of inkorten voor eigen voordeel.

Caesar introduceerde de Juliaanse kalender, met een vast jaar van 365 dagen en eens in de vier jaar een extra dag. Daarmee legde hij de basis voor het schrikkeljaar zoals we dat nu nog kennen, een hervorming die volgens National Geographic de samenleving tijdelijk behoedde voor kalenderchaos.

3. Geboren op een dag die meestal niet bestaat

Mensen die op 29 februari worden geboren, leven met een verjaardag die slechts eens in de vier jaar opduikt. Ze worden vaak schrikkelingen genoemd, of schrikkeljaarbaby’s.

In niet-schrikkeljaren vieren sommigen hun verjaardag op 28 februari, anderen op 1 maart. Wettelijk geldt meestal 1 maart als officiële verjaardagsdatum, maar sociaal blijft het een bijzondere voetnoot in iemands leven.

4. Schrikkeldag en huwelijksaanzoeken

Rond 29 februari hangt een hardnekkige traditie: op schrikkeldag mogen vrouwen mannen ten huwelijk vragen. Volgens een oude Ierse legende klaagde Sint Brigida bij Sint Patrick dat vrouwen te lang moesten wachten op een aanzoek.

Patrick zou hebben toegestaan dat vrouwen eens in de vier jaar het initiatief namen. De oorsprong is twijfelachtig, maar het verhaal leeft voort, onder andere in historische beschrijvingen van Keltische schrikkeljaartradities.

5. Niet elk vierde jaar krijgt een extra dag

Hoewel het lijkt alsof schrikkeljaren simpelweg elke vier jaar terugkeren, klopt dat niet helemaal. Een kalenderjaar van 365,25 dagen zou namelijk nog steeds te lang zijn.

Daarom geldt de regel: jaartallen die deelbaar zijn door 100 zijn geen schrikkeljaar, tenzij ze ook deelbaar zijn door 400. Zo was 1900 geen schrikkeljaar, maar 2000 wel. Deze correctie voorkomt dat onze kalender langzaam uit de pas loopt.

6. De wereld liep eeuwenlang niet gelijk

Toen paus Gregorius XIII in 1582 de Gregoriaanse kalender invoerde, sprongen sommige landen meteen over. Italië, Spanje en Portugal waren er snel bij. Andere landen aarzelden.

Engeland en zijn koloniën volgden pas in 1752, waarbij ineens elf dagen werden overgeslagen. In sommige delen van Europa leefden mensen dus jarenlang in verschillende kalenders, terwijl de zon gewoon hetzelfde pad bleef volgen.

7. Zelfs seconden moeten soms worden ingehaald

De aarde draait niet constant even snel om haar as. Aardbevingen, getijden en zelfs het smelten van ijskappen hebben invloed. Daarom voegen wetenschappers af en toe een schrikkelseconde toe aan onze tijdmeting.

Zo blijven atoomklokken en de werkelijke rotatie van de aarde synchroon. Het is dezelfde gedachte als bij schrikkeljaren, maar dan op microschaal.

8. Bonusdagen zijn ouder dan onze kalender

Lang voor Julius Caesar zochten beschavingen al naar oplossingen. De oude Egyptenaren voegden extra dagen toe om hun kalender in lijn te houden met de seizoenen.

Ook andere culturen gebruikten intercalatie: het inlassen van dagen of zelfs hele maanden. Schrikkeljaren zijn dus geen moderne uitvinding, maar onderdeel van een lange menselijke poging om tijd te temmen.

9. Schrikkeljaren riepen altijd bijgeloof op

Extra dagen maken mensen nerveus. In veel culturen werden schrikkeljaren gezien als ongeluksjaren. Trouwen in een schrikkeljaar zou ongeluk brengen. Grote beslissingen kon je beter uitstellen.

Die overtuigingen zijn nooit wetenschappelijk onderbouwd, maar ze laten zien hoe sterk tijd en bijgeloof met elkaar verweven zijn. Een afwijking in de kalender voelt al snel als een afwijking in het lot.

10. Zonder schrikkeljaren zou alles verschuiven

Zonder schrikkeljaren zouden onze kalenders langzaam loskomen van de natuur. Over een paar eeuwen zou de zomer in de winter vallen. Feestdagen zouden hun seizoensbetekenis verliezen.

De extra dag is dus geen curiositeit, maar een noodzakelijke correctie. Een stille bewaker van orde, die slechts eens in de vier jaar even zichtbaar wordt.

Schrikkeljaren herinneren ons eraan dat tijd geen vaststaand gegeven is, maar een afspraak. Een compromis tussen de onverschillige beweging van de kosmos en de menselijke behoefte aan structuur. Eén extra dag, om alles op zijn plek te houden.

© 2026 by groei.media kvk: 30256107