Het historische woord natgierig betekent verzot op drank of bijzonder dorstig zijn. Sommige woorden verdwijnen geruisloos uit onze taal zonder dat iemand ze mist, maar natgierig hoort thuis in de categorie termen die we eigenlijk hadden moeten bewaren. Binnen onze rubriek over Nederlandse cultuur onderzoeken we dit vergeten juweel uit de zeventiende eeuw.
Een woord uit de Gouden Eeuw dat naar drank ruikt
De vroegst bekende vermelding van natgierig stamt uit 1681. In dat jaar publiceerde Wigardus \u00e0 Winschooten zijn zeevaartwoordenboek Seeman. Daarin omschreef hij het begrip uiterst treffend: “hij is natgierig, hij is gaarne met zijn neus in ’t nat, dat is, hij is tot den drank genegen.”
De samenstelling laat zich logisch ontleden uit ‘nat’ en ‘gierig’. In de zeventiende eeuw betekende ‘nat’ in de volksmond drank of bier (denk aan uitdrukkingen zoals ‘het gerstenat’ of ‘een natje en een droogje’). Het woord ‘gierig’ duidde destijds niet op zuinigheid, maar op gulzigheid of een sterke begeerte naar iets. Een natgierig persoon was dus letterlijk iemand die hevig verlangde naar drank.
Ook in latere eeuwen bleef het woord circuleren. In 1751 gebruikte kunsthistoricus Johan van Gool de term om een schilder te beschrijven die, in tegenstelling tot zijn brave leermeester, “natgierig en zorgeloos” door het leven ging. In 1924 noemde de Limburger Koerier een drinkebroer nog een “natgierig schepsel en een echte nathals”. Woorden zoals nathals (zuiplap) en natgierigheid (drankzucht) vormden samen een levendige familie rondom dorst.
Waarom het woord uit het dagelijks taalgebruik verdween
Natgierig raakte niet van de ene op de andere dag in onbruik, maar verdween geleidelijk door maatschappelijke veranderingen. In de zeventiende en achttiende eeuw was publiek drankgebruik een alomtegenwoordig onderdeel van de werkdag, waardoor de taal veel verschillende schakeringen kende om dranklust aan te duiden.
In de loop van de twintigste eeuw werd overmatig alcoholgebruik steeds meer benaderd als een medisch vraagstuk in plaats van een karaktereigenschap. De medische term alcoholverslaving verdrong speelse volkswoorden. Hierdoor belandde natgierig in woordenboeken van vergeten termen, naast historische curiositeiten zoals bedsermoen (een standje van een echtgenote in bed) en avondkout (een gemoedelijk avondgesprek).
Waarom het woord een comeback verdient
De Nederlandse taal kent talloze uitdrukkingen voor dorst, maar natgierig vult een opvallende leegte. Gewoon ‘dorst hebben’ klinkt klinisch en ‘zin in een biertje’ is een hele zin. Woorden zoals zuipschuit zijn weer veel te scherp en negatief. Natgierig beschrijft juist een opgewekte, ontspannen gretigheid naar een lekker drankje op een zonnig terras of tijdens de vrijdagmiddagborrel.
Vergelijk het met moderne straattaalwoorden die we bespreken in wat betekent barkie: taal leeft van creatieve vondsten die precies het juiste gevoel overbrengen.
Wanneer gebruik je natgierig beter niet?
Omdat het woord ruim een eeuw nauwelijks actief is gebruikt, zullen de meeste mensen het niet direct herkennen. Gebruik het daarom niet in offici\u00eble teksten of zakelijke correspondentie, tenzij je bewust een historische of speelse knipoog wilt maken. Op een gezellige borrel met vrienden of taalliefhebbers is het daarentegen de ideale ijsbreker.





