Midden in de Stille Oceaan, op zo’n duizend kilometer van de kust van Ecuador, ligt een van de meest unieke ecosystemen op aarde. De Galapagoseilanden danken hun bekendheid grotendeels aan Charles Darwin, die hier de basis legde voor zijn evolutietheorie. Deze vulkanische eilandengroep herbergt diersoorten die nergens anders ter wereld voorkomen en kent een even rijke als bizarre geschiedenis.
1. Een levend laboratorium voor evolutie
De Galapagoseilanden zijn nooit verbonden geweest met het vasteland van Zuid-Amerika. Miljoenen jaren geleden rezen ze als kale vulkaantoppen op uit de oceaan. De weinige planten en dieren die de eilanden wisten te bereiken, moesten zich in recordtempo aanpassen aan de barre, geïsoleerde omstandigheden om te overleven. Dit zorgde voor het ontstaan van tientallen unieke vogel-, reptielen- en plantensoorten.
2. Reuzenschildpadden die eeuwen meegaan

De eilanden zijn vernoemd naar hun meest iconische bewoners: de Galapagoreuzenschildpadden. Het Spaanse woord ‘galapago’ betekent namelijk zadelschild, een verwijzing naar de vorm van het schild van deze reuzen. Deze lome reptielen kunnen ruim tweehonderdvijftig kilo wegen en behoren tot de langstlevende gewervelde dieren op aarde. Een leeftijd van meer dan honderdvijftig jaar is voor deze soort geen uitzondering.
3. Pinguïns op de evenaar

Hoewel pinguïns meestal worden geassocieerd met ijs en extreme kou, leeft de Galapago-pinguïn pal op de evenaar. Het is de enige pinguïnsoort die in het wild op het noordelijk halfrond voorkomt. Ze kunnen hier overleven dankzij de koude Humboldtstroom, die voedselrijk water uit de diepten van de oceaan naar de eilanden voert.
4. De enige zeeleguanen ter wereld

Op de zwarte vulkanische rotsen van de archipel leven leguanen die zich hebben aangepast aan een leven in de oceaan. De zeeleguaan is de enige hagedis ter world die onder water naar voedsel zoekt. Ze duiken tot wel twintig meter diep om algen van de zeebodem te schrapen. Na hun duik moeten ze urenlang op de rotsen bakken in de zon om hun lichaamstemperatuur weer op peil te krijgen.
5. Strikte medische controle aan de grens
Het fragiele ecosysteem van de eilanden wordt extreem streng beschermd tegen invloeden van buitenaf. Exotische bacteriën of virussen kunnen de inheemse fauna in één klap decimeren. Reizigers moeten bij aankomst hun bagage laten controleren op biologisch materiaal en aantonen dat hun eigen gezondheid op orde is. Wie via Ecuador naar deze bestemming reist, doet er goed aan om vooraf de verplichte medische zaken te regelen.
Het inplannen van een reisvaccinatie in Leiden of een bezoek aan de specialist voor een reisvaccinatie in Rotterdam zorgt ervoor dat je met de juiste papieren en stempels bij de douane staat.
6. De unieke blauwvoetgent

Een van de meest opvallende vogels op de eilanden is de blauwvoetgent. De felblauwe kleur van hun poten is geen genetische speling van de natuur, maar het directe resultaat van hun dieet. De vogels halen caroteenpigmenten uit de verse vis die ze vangen. Tijdens de baltsperiode proberen de mannetjes indruk te maken op de vrouwtjes door hun blauwe poten overdreven hoog op te tillen tijdens een soort paringsdans.
7. Een ontmoeting van drie oceaanstromen
De archipel ligt op een vloeibaar kruispunt in de oceaan. Drie grote zeestromen komen hier samen: de warme Panamastroom, de koude Humboldtstroom and de diepe Cromwellstroom. Deze botsing van ecosystemen zorgt voor een bizarre mix van microklimaten. Hierdoor kunnen tropische vissen, koralen, zeeleeuwen en pinguïns in exact hetzelfde watergebied naast elkaar leven.
8. De beruchte postkantoorbaai
Op het eiland Floreana bevindt zich een houten vat dat al sinds de achttiende eeuw dienstdoet als postkantoor. Walvisvaarders lieten hier brieven achter in de hoop dat bemanningen van schepen die op de terugweg waren naar Europa, de post mee zouden nemen. Dit historische, onofficiële postsysteem is nog altijd actief. Toeristen laten er vandaag de dag ongestempelde ansichtkaarten achter en nemen kaarten mee die geadresseerd zijn aan mensen die in hun eigen regio wonen.
9. Vulkanische geboorte en sterfte
De eilanden zijn geologische baby’s; de jongste eilanden, Isabela en Fernandina, zijn minder dan een miljoen jaar oud en veranderen nog constant van vorm. De archipel ligt bovenop een zogenaamde ‘hotspot’, een plek waar magma vlak onder de aardkorst zit. Terwijl aan de westkant nieuwe eilanden ontstaan door vulkaanuitbarstingen, zinken de oudere eilanden aan de oostkant door tektonische verschuivingen langzaam weer terug in de oceaan.
10. Dieren zonder angst voor de mens
Omdat de eilanden gedurende het grootste deel van hun geschiedenis onbewoond bleven door roofzoogdieren of mensen, hebben de inheemse dieren nooit een vluchtinstinct ontwikkeld. Dit fenomeen staat bekend als ‘ecologische tamheid’. Zeeleeuwen slapen onverstoord op de openbare bankjes in de haven en vogels blijven rustig op een tak zitten als er een fotograaf op een meter afstand gaat staan.
11. De vinken van Darwin
Tijdens zijn bezoek in 1835 merkte Darwin op dat de vinken op de verschillende eilanden sterk van elkaar verschilden, met name wat betreft de vorm van hun snavel. Op eilanden met veel harde zaden hadden de vinken dikke, krachtige snavels. Op eilanden met veel insecten waren de snavels juist spits en dun. Deze observatie bleek de sleutel tot het begrijpen van natuurlijke selectie.
12. Een geschiedenis vol piraten en bannelingen
Voordat de eilanden een beschermd natuurreservaat werden, vormden ze een geliefde schuilplaats voor Britse piraten die Spaanse goudschepen overvielen. De boekaniers gebruikten de eilanden als uitvalsbasis omdat er voldoende vers water te vinden was en de reuzenschildpadden maandenlang zonder eten of drinken aan boord konden overleven als levende vleesvoorraad. Later deed de archipel lange tijd dienst als brute strafkolonie voor zware criminelen uit Ecuador.
