Vrienden zijn meer dan alleen mensen met wie je een biertje drinkt of series kijkt. Wetenschappelijk gezien zijn ze essentieel voor je overleving.
Onderzoekers houden zich al decennia bezig met de vraag waarom wij mensen vriendschappen sluiten en wat dat met ons lichaam en brein doet.
Hier zijn 8 verrassende wetenschappelijke feiten over vriendschap die laten zien hoe diep die band eigenlijk gaat.
1. Door vriendschap leef je langer
Het klinkt misschien overdreven, maar een gebrek aan sociale relaties is volgens onderzoek net zo schadelijk voor je gezondheid als het roken van 15 sigaretten per dag.
Mensen met een sterke sociale kring hebben 50% meer kans om langer te leven. Vrienden stimuleren je immuunsysteem en helpen je sneller herstellen van ziekte.
2. Je hersenen reageren hetzelfde op vrienden als op familie
Neurowetenschappers hebben ontdekt dat de hersenpatronen van goede vrienden opvallend veel op elkaar lijken als ze naar dezelfde video’s kijken.
Je reageert op de wereld op een manier die lijkt op die van je vrienden. Dit verklaart waarom je vaak maar een half woord nodig hebt om elkaar te begrijpen.
3. Vriendschap vermindert fysieke pijn
Wanneer je bij goede vrienden bent, maakt je lichaam endorfine aan. Dit is de natuurlijke pijnstiller van je brein.
Ook leuk, onderzoek toont aan dat mensen die naar een steile heuvel kijken, deze als minder steil inschatten als ze naast een vriend staan dan wanneer ze alleen zijn.
4. We hebben een limiet op het aantal (goede) vrienden

Volgens de antropoloog Robin Dunbar kunnen onze hersenen maar een beperkt aantal sociale relaties aan. Dit staat bekend als “Dunbar’s Number“.
Gemiddeld kunnen we ongeveer 150 contacten onderhouden, waarvan er slechts 5 tot 15 tot onze echte ‘inner circle’ behoren. Je kunt dus simpelweg niet met iedereen beste vrienden zijn.
5. Stress is besmettelijk
Als een vriend gestrest is, kan jouw cortisolniveau (het stresshormoon) ook stijgen. Dit noemen we emotionele besmetting.
Gelukkig werkt het ook andersom: fysiek contact met een vriend, zoals een knuffel of een schouderklopje, verlaagt je bloeddruk en hartslag vrijwel direct.
6. Gedeelde ervaringen creëren een superband
De wetenschap achter groepsbinding laat zien dat samen een nieuwe omgeving verkennen de aanmaak van oxytocine (het knuffelhormoon) enorm stimuleert.
Dit is de reden dat weekendjes weg zo effectief zijn voor de groepsdynamiek. Dus hup, boek dat vakantiehuis met je vriendengroep en zit een paar dagen op elkaars lippen! Dit is een goede investering, de onderlinge banden worden veel sterker dan door honderd appjes te sturen.
7. Je kiest vrienden die genetisch op je lijken
Het klinkt bizar, maar uit onderzoek van Yale University blijkt dat vrienden vaak genetisch evenveel op elkaar lijken als verre neven of nichten.
We worden onbewust aangetrokken tot mensen die vergelijkbare zintuiglijke genen hebben, zoals een gedeelde voorkeur voor bepaalde geuren of smaken.
8. Vriendschappen veranderen elke zeven jaar
Sociologen hebben ontdekt dat de samenstelling van je vriendengroep elke zeven jaar voor ongeveer de helft verandert.
Hoewel je totale aantal vrienden vaak gelijk blijft, verdwijnen er mensen door verhuizingen, banen of nieuwe levensfasen. De vrienden die na die zeven jaar nog steeds overblijven, zijn vaak vrienden voor het leven.
