Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) was een Duitse filosoof, wiskundige, natuurkundige, historicus, diplomaat en uitvinder, een van de laatste grote ‘universele genieën’. Zijn werk omspant vrijwel alle kennisgebieden van zijn tijd en zijn ideeën hebben een diepe invloed gehad op de westerse filosofie, logica, wiskunde en wetenschap.
1. Onafhankelijke uitvinder van de differentiaal- en integraalrekening
Leibniz ontwikkelde, onafhankelijk van Isaac Newton, de principes van de differentiaal- en integraalrekening (calculus). Hoewel Newton zijn versie eerder ontwikkelde maar later publiceerde, is de notatie die we vandaag de dag gebruiken grotendeels afkomstig van Leibniz (zoals het integraalteken ∫ en dy/dx voor de afgeleide).
De ontwikkeling van calculus was een monumentale doorbraak die de basis legde voor een groot deel van de moderne wiskunde en natuurwetenschap. De bittere prioriteitsstrijd die later ontstond tussen de aanhangers van Newton en Leibniz overschaduwde de prestaties van beide mannen.
2. Pionier van de mechanische rekenmachine
Leibniz was gefascineerd door rekenen en logica. Voortbouwend op het werk van Blaise Pascal, ontwierp en bouwde hij een van de eerste mechanische rekenmachines die kon optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen: de ‘Stepped Reckoner’.

Hoewel de machine vanwege technische beperkingen van die tijd niet altijd perfect werkte, was het principe van de ‘getrapte trommel’ (Leibniz-wiel) een belangrijke innovatie die tot in de 20e eeuw werd gebruikt in mechanische rekenmachines.
3. Het binaire talstelsel
Leibniz ontwikkelde het moderne binaire talstelsel, dat alleen de cijfers 0 en 1 gebruikt. Hij zag hierin niet alleen een efficiënte manier om berekeningen uit te voeren (wat later cruciaal bleek voor computers), maar ook een diepe filosofische en theologische betekenis.
Hij zag het binaire systeem als een symbool van de schepping ‘ex nihilo’ (uit het niets), waarbij 1 stond voor God en 0 voor het niets. Hij was gefascineerd door de Chinese I Tjing (Boek der Veranderingen), waarvan hij dacht dat het een vroege vorm van binaire code bevatte.
4. Filosofie: Monaden en ‘de beste van alle mogelijke werelden’
Leibniz’ metafysica is complex en draait om het concept van ‘monaden’. Dit zijn de fundamentele, ondeelbare substanties waaruit de werkelijkheid is opgebouwd. Elke monade is een uniek ‘perceptiepunt’ dat het hele universum vanuit zijn eigen perspectief weerspiegelt.
Monaden hebben geen ‘ramen’ en beïnvloeden elkaar niet direct, maar hun ontwikkeling is door God vooraf vastgesteld in een ‘vooraf bepaalde harmonie’ (harmonia praestabilita). Binnen dit systeem betoogde Leibniz dat God, als volmaakt wezen, noodzakelijkerwijs de ‘beste van alle mogelijke werelden’ heeft geschapen – een wereld die de grootst mogelijke perfectie en variëteit combineert met de eenvoudigste wetten. Dit optimistische idee werd later beroemd geparodieerd door Voltaire in ‘Candide’.
5. Het Principe van Voldoende Reden
Een centraal principe in Leibniz’ filosofie is het ‘Principe van Voldoende Reden’ (principium rationis sufficientis). Dit stelt dat niets zonder reden gebeurt; voor elke waarheid of elk feit moet er een reden of verklaring zijn waarom het zo is en niet anders.
Dit principe, samen met het Principe van Non-Contradictie (iets kan niet tegelijk waar en onwaar zijn), vormde de basis van zijn rationalistische benadering van kennis en werkelijkheid.
6. Diplomaat en politiek adviseur
Naast zijn academische werk was Leibniz ook actief als diplomaat en adviseur voor verschillende Duitse vorstenhuizen, met name het Huis Hannover. Hij reisde veel door Europa, ontmoette belangrijke denkers en politici, en was betrokken bij diverse politieke en diplomatieke projecten.
Hij probeerde bijvoorbeeld de Duitse staten te verenigen, een verzoening tussen katholieken en protestanten te bewerkstelligen, en een Europese coalitie tegen Lodewijk XIV van Frankrijk te vormen (onder meer door een plan voor een Franse invasie van Egypte voor te stellen om de aandacht af te leiden).
7. Enorme correspondentie
Leibniz onderhield een buitengewoon uitgebreide correspondentie met meer dan 1100 geleerden, filosofen, wiskundigen, theologen en politici in heel Europa. Deze brieven waren een belangrijk medium voor het uitwisselen van ideeën in een tijd vóór wetenschappelijke tijdschriften.
Zijn correspondentie bevat een schat aan informatie over zijn denken en de intellectuele debatten van zijn tijd. Het volledig uitgeven en bestuderen van deze enorme briefwisseling is nog steeds gaande.
8. Bibliothecaris en historicus
Gedurende een groot deel van zijn carrière was Leibniz werkzaam als bibliothecaris en hofhistoricus voor het Huis Hannover (en eerder in Mainz). Hij was verantwoordelijk voor het beheer en de uitbreiding van de hertogelijke bibliotheek.
Hij kreeg ook de opdracht om een geschiedenis van het Huis Welfen (Hannover) te schrijven. Dit project leidde hem tot uitgebreid archiefonderzoek in Duitsland en Italië en resulteerde in belangrijke bijdragen aan de methoden van geschiedschrijving en bronnenkritiek, hoewel hij het hoofdwerk nooit voltooide.
9. Interesse in China
Leibniz had een grote interesse in de Chinese cultuur, taal en filosofie, wat ongebruikelijk was voor zijn tijd. Hij correspondeerde met jezuïetenmissionarissen in China en bestudeerde confucianistische teksten.
Hij zag overeenkomsten tussen zijn eigen filosofie en bepaalde Chinese concepten en geloofde in de mogelijkheid van een vruchtbare uitwisseling tussen de Europese en Chinese beschavingen. Zijn fascinatie voor het binaire stelsel was deels geïnspireerd door zijn studie van de I Tjing.
10. Relatief onbekend bij zijn dood
Ondanks zijn enorme intellectuele bijdragen en zijn werk voor invloedrijke hoven, stierf Leibniz in 1716 relatief geïsoleerd en ondergewaardeerd. Zijn laatste beschermheer, George Ludwig van Hannover (die in 1714 koning George I van Groot-Brittannië werd), had hem bevolen in Hannover te blijven terwijl het hof naar Londen verhuisde.
De prioriteitsstrijd met Newton had zijn reputatie in Engeland geschaad, en zijn filosofische optimisme werd door sommigen als naïef beschouwd. Pas later werd de volle breedte en diepgang van zijn werk volledig erkend.