De bever is een fascinerend beest. Hij bouwt dammen die vanuit de ruimte zichtbaar zijn, heeft tanden van ijzer en draagt een geur bij zich die je eerder in een bakkerij zou verwachten. Hoe dat precies zit? We duiken in de wereld van de grootste knaagdieren van Europa en Noord-Amerika.
1. Architecten met een masterplan
Een bever bouwt een dam niet voor de lol; het is een overlevingsstrategie. Door takken en modder op te stapelen, stroomt het water langzamer en ontstaat er een diepe vijver. Hierin bouwen ze hun burcht, waarvan de ingang onder water ligt. Zo blijven roofdieren zoals wolven of bergen mooi buiten de deur. In Canada zijn ze overigens echt losgegaan: daar ligt een dam van meer dan 850 meter lang. Die is zelfs op satellietbeelden te herkennen.
2. Tanden van ijzer (letterlijk)
Is het je weleens opgevallen dat bevertanden feloranje zijn? Dat komt niet doordat ze hun tanden niet poetsen, maar door een hoge concentratie ijzer in het glazuur. Dit maakt hun tanden extreem sterk, zodat ze moeiteloos door hard hout kunnen knagen. Omdat hun tanden hun hele leven blijven groeien, móéten ze wel blijven knagen om de boel op de juiste lengte te houden.
3. Een staart die naar vanille ruikt
Het klinkt onwaarschijnlijk, maar de achterkant van een bever ruikt verrassend aangenaam. Bevers produceren castoreum (bevergeil) in speciale klieren onder hun staart. Deze stof ruikt naar muskus en vanille. Vroeger werd dit goedje zelfs gebruikt als smaakstof in eten en in parfums. Tegenwoordig laten we de bevers gelukkig met rust en halen we onze vanille-geur ergens anders vandaan.
4. Olympische duikkampioenen
Een bever is volledig aangepast aan een leven onder water. Waar wij na dertig seconden al naar adem happen, kan een bever tot wel 15 minuten onder water blijven. Dit talent gebruiken ze om onopgemerkt naar hun burcht te zwemmen of om op de bodem van een vijver naar sappige wortels te zoeken.
5. Reuzen uit de ijstijd
De bevers die we nu kennen zijn fors, maar ze vallen in het niet bij hun voorouders. Tijdens de ijstijd liep de Castoroides rond: een gigantische bever die tot wel 2,5 meter lang kon worden. Stel je voor dat zo’n reus een boom in je achtertuin probeert om te knagen.
6. Applaus op het water
https://www.youtube.com/watch?v=uozHwBm1p-o
Bevers gebruiken hun platte, leerachtige staart als een soort multifunctioneel gereedschap. Ze sturen ermee tijdens het zwemmen, maar gebruiken hem ook om te communiceren. Zodra er onraad is, slaat een bever met een harde klap op het water. Dit “applaus” dient als een luid alarmsignaal voor de rest van de familie: tijd om onder te duiken!
7. Kraamvisite bij de kits
Een jonge bever wordt een ‘kit’ genoemd. Meestal worden er per jaar één tot vier van deze pluizige kleintjes geboren. Ze blijven vaak tot hun tweede jaar bij hun ouders wonen om het vak van dammen bouwen goed onder de knie te krijgen, voordat ze de wijde wereld intrekken om hun eigen territorium te stichten.
8. Ingebouwde duikbril
Bevers hebben een biologisch snufje waar menig duiker jaloers op is: een derde ooglid. Dit ooglid is transparant en schuift over het oog zodra ze onder water gaan. Hierdoor kunnen ze perfect zien terwijl hun ogen beschermd zijn tegen scherpe takjes en vuil. Het is alsof ze met een ingebouwde duikbril geboren zijn.
9. De ultieme vegetariër
Hoewel ze er met hun grote tanden indrukwekkend uitzien, hoef je niet bang te zijn dat ze een visje verschalken. Bevers zijn strikte vegetariërs. Ze leven van een dieet van boomschors, twijgen, bladeren en waterplanten. In de winter leggen ze een “voedselvlot” aan: een stapel takken onder water bij hun burcht, zodat ze ook als de vijver bevroren is gewoon kunnen ontbijten.
10. Een indrukwekkende comeback in Nederland
Rond 1826 werd de laatste Nederlandse bever doodgeknuppeld langs de IJssel. Gelukkig zagen we in de jaren ’80 in dat we deze ingenieurs misten. In 1988 werden de eerste bevers geherintroduceerd in de Biesbosch. Dat bleek een gouden greep. Inmiddels zijn ze via de Gelderse Poort en Limburg over grote delen van het land verspreid. Ze zorgen voor meer biodiversiteit, al moeten we soms wel even opletten dat ze niet een iets te enthousiaste dam in een belangrijke afwateringssloot bouwen.
